Boek 1

Primaire gegevens

Schrijver: Willem Frederik Hermans

Titel: De donkere kamer van damokles

Eerste uitgave: November 1958, Amsterdam

 

Inhoud

Henri Osewoudt's moeder vermoordt zijn vader uit waanzin, daarom moet ze naar een inrichting. Henri gaat bij zijn Oom Bard, Tante Fietje en zijn 1 jaar oudere nicht Ria wonen. Op 17-jarige leeftijd trouwt Henri met Ria en samen nemen ze de sigarenwinkel van Henri's vader over. Vlak na het uitbreken van de oorlog ontmoet Henri Osewoudt Dorbeck, van wie hij allemaal vreemde opdrachten krijgt, zoals het ontwikkelen van geheime Foto's en het vermoorden van belangrijke Duitsers. Maar op een gegeven moment moet Henri onderduiken, waarbij hij hulp krijgt van Dorbeck: Dorbeck en Osewoudt zijn een soort dubbelgangers van elkaar. Osewoudt neemt van hun beide een foto in de spiegel. Henri Osewoudt word de hele tijd gezocht door de Duitsers want hij heeft zo onderhand allerlei mensen vermoord (waaronder Ria die trouwde met een ss-er) en allerlei andere dingen voor (wat hij hield voor) het verzet gedaan. Daardoor kan hij niet meer over straat en vermomt hij zich als een verpleegster.
Na de bevrijding meldt Osewoudt zich bij de Binnenlandse Strijdkrachten, maar daar zien ze hem als een landverrader en geloven niet dat Dorbeck bestaan heeft. Ze stoppen hem in de gevangenis. Maar hij houdt vol dat er een foto bestaat van hem en Dorbeck samen in een spiegel en dat het fototoestel waar de foto in zit nog ergens moet zijn. Het fototoestel wordt gevonden en de foto's worden ontwikkeld. Maar de foto van Dorbeck samen met Henri Osewoudt is mislukt. Daarop probeert hij te ontsnappen, maar hij wordt neergeschoten en overlijdt. 

 

Compositie en tijdsverloop

De jeugd van Osewoudt verloopt van 1933 tot 1940. Hij is volwassen van 1940 tot december 1945. Het verhaal verloopt dus van 1933 tot december 1945 en het verhaal verloopt chronologisch. Er zijn eigenlijk geen flashbacks of flashforwards, maar wel veel momenten dat de personages denken of praten over vroegere momenten in het boek.

 

Ruimte

De jeugd van Osewoudt speelt zich af in Amsterdam en Voorschoten. Wanneer Osewoudt 18 jaar is, trouwt hij met zijn nicht Ria en gaat werken in de sigarenwinkel in Voorschoten. In het verhaal is sprake van veel plaatswisseling omdat Osewoudt naar veel steden reist met de trein en hij komt ook in verschillende steden terecht wanneer hij een paar keer wordt opgepakt. 

 

De wijze van vertellen

Het boek is geschreven volgens de personale vertelwijze.

 

Thema

Verzet

 

Personages

Henri Osewoudt is de hoofdpersoon in het verhaal. Zijn belangrijkste uiterlijke kenmerk is dat baardgroei bij hem ontbreekt. Dit wordt dan ook vaak herhaald in het boek. Hij heeft een bol gezicht en blond haar. Velen zijn van mening dat hij er niet mannelijk uitziet. Wanneer hij zijn haar zwart verft, lijkt hij als twee druppels water op Dorbeck. Hierdoor voelt hij zich meteen een stuk mannelijker.

Dorbeck is de dubbelganger van Osewoudt die in het verzet zit. Dorbeck ziet er precies hetzelfde uit als Osewoudt, maar hij heeft zwart haar en een baard. Dorbeck geeft Osewoudt opdrachten binnen het verzet. Osewoudt zegt dat alles wat hij heeft gedaan binnen het verzet, in opdracht van Dorbeck was. Hoe dan ook, niemand weet wie Dorbeck is en hij is aan het eind van het verhaal helemaal verdwenen. Niemand gelooft in zijn bestaan en denkt dat Osewoudt het verzint.

Marianne is de joodse vriendin van Osewoudt. Ze werkt in een kapperszaak en heeft Osewoudts haar zwart geverfd. Bij de eerste ontmoeting waren ze meteen verliefd op elkaar. Osewoudt wist eerst niet dat Marianne joods was omdat zij blond haar heeft. Wanneer Osewoudt wordt opgepakt door de Duitsers, verdwijnt Marianne ook. In de gevangenis hoort Osewoudt dat Marianne in het ziekenhuis ligt te bevallen van hun kind. Uiteindelijk blijkt het kind niet te leven en Marianne en Osewoudt hebben elkaar nooit meer gezien. Wel schreven ze elkaar nog een paar keer in hun gevangenschap, waarin ze schreven dat ze elkaar misten en naar elkaar verlangden. 

 

Titel, ondertitel en motto

Titel:

De titel is afgeleid van "Het zwaard van damokles" dat voortdurend een dreiging is voor een tiran. De donkere kamer verwijst in het boek naar de kamer waar foto's worden ontwikkeld. De foto's zijn de dreiging die Osewoudt's onschuld hadden moeten bewijzen.

 

Motto:

“Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. 
Men zou kunnen willen zeggen: ‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’ 
Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat”
- Ludwig Wittgenstein

Dit motto verwijst naar Osewoudt die niet kon aantonen dat Dorbeck echt bestond.

 

Keuzeopdracht (gedicht)

Waarom,

Heeft u mij in deze puinhoop gesleept?

Waarom,

Heeft u mij niet van uw lijst gestreept?

 

Als twee druppels water,

Maar dan zonder baard,

Altijd werd ik als lelijk verklaart,

Ik weet zeker dat u dat nooit heeft ervaart,

 

Neen, ik ben niet kwaad,

En er is geen sprake van haat,

Mijn leven had eindelijk een doel,

Ik had verder toch niet veel te doen,

 

Maar nu is de oorlog voorbij,

en Nederland is eindelijk vrij,

Als u tevoorschijn zal komen,

Zal mijn gevangenschap ook ten einde komen,

 

O, Dorbeck, ik ben zo gefrustreerd,

Men zegt dat ik u in mijn fantasieën heb gecreëerd,

U kunt het tegendeel bewijzen, 

Zodat ik kan afreizen,

Terug naar mijn vriendin,

Mijn ziels mooie Jodin